Header Graphic
 
Home Artikelen Over mijzelf Disclaimer Privacy Contact

 

Concentratie op school

Vraag aan leerlingen wat hun grootste leerprobleem is, en het grootste deel noemt het begrip concentratie.

Omdat concentratie een complex begrip is met complexe oorzaken en waarbij een verschillende aanpak hoort, zet ik hier een aantal aandachtspunten op een rij.

Ten eerste leven kinderen van nu in een tijd waarin er ongelofelijk veel prikkels op ze afkomen: alle communicatie middelen die de computer biedt: hyves, facebook etc.. Mobieltjes, Ipods , sms en msn, het is allemaal niet meer weg te denken uit het leven van een puber ( zie “Puberbrein” van H.Nelis en Y.vd Sark ). Als gevolg van dit “multi-tasken” wordt concentratie ( je kunnen focussen op één ding tegelijk!) als een van de grootste problemen ervaren. Je zou ook kunnen zeggen dat het dus de grootste uitdaging is voor jongeren. De behoefte aan meer concentratie wordt door hen gevoeld en aangegeven.

In het algemeen kun je bij concentratieproblemen spreken van twee soorten:

Die van storing door uitwendige afleiders ( potlood valt, verkeersgeluiden op straat, etc.) en die van inwendige afleiders ( emoties: problemen thuis, verliefdheid, stress door bv. een te drukke agenda etc.).

De aanpak voor deze twee soorten is verschillend:

Uitwendige afleiders:

1. Kijk jij op bij elke beweging op de gang? Probeer omgevingsgeluiden te accepteren. Ze horen erbij. De irritatie om het geluid leidt je meer af dan het geluid zelf. Stel je van tevoren hierop in.

2. Doe van tevoren de volgende visualisatie: je stelt je voor dat je in een glazen huisje zit dat voor niemand zichtbaar is behalve voor jou. Dat glazen huis filtert als het ware omgevingsgeluiden. Je schakelt ze uit. Het enige dat ertoe doet is jouw tafel met jouw opgaven en wat jij ermee doet.

Inwendige afleiders:

1. Probeer van tevoren voor jezelf vast te stellen om welke inwendige afleiders het gaat. Benoem ze ( of liever: schrijf ze op!) Zo exact mogelijk!

2. Als het om kleine dingen gaat zoals een te drukke agenda, schrijf dan op wanneer je deze dingen wilt gaat doen. Het opschrijven zorgt voor ruimte in je hoofd. Deze ruimte is nodig voor je concentratievermogen. Je kunt het nu even vergeten. Je hebt het vastgelegd.

3. Als het om emotionele dingen gaat, kun je het volgende doen:
Stel jezelf voor: je leven is als een kast met allerlei laatjes. Het emotionele onderwerp dat jou afleidt van je concentratie zit in een van die laatjes. Spreek met jezelf af wanneer je tijd neemt voor de inhoud van dat laatje, maar ook hoe je dat gaat doen ( erover nadenken, met iemand erover praten, iets opschrijven etc.). Je besluit dat je dat bewuste laatje nu nog even dichtlaat, want je hebt je concentratie nodig voor het laatje van je toets. Wat er gebeurt is dat je het “probleem” niet probeert te ontkennen, ( dat is waarschijnlijk onmogelijk ) maar dat je het opzij zet tot een ander moment. Dit geeft je rust en die rust bevordert je concentratievermogen.

Concentratie is een complex begrip dat direct te maken kan hebben met de volgende eigenschappen:

A. Motivatie.  Bekend is het verhaal van de kleuters die een keuze krijgen : doe een werkje van 5 minuten voor één snoepje of kies een werkje van 10 minuten voor twee snoepjes. De keuze voor twee snoepjes is bepalend voor de langere concentratieboog. Zoek dus een doel waarvoor je werkt en je zult merken dat het stellen van je doel je zal helpen je beter te concentreren!

B. Zelfvertrouwen.  Als je erg onzeker bent (soms onbewust) maak je (teveel) adrenaline aan. Hierdoor krijgen je hersens te weinig zuurstof en kun je je niet meer goed concentreren. Je krijgt een black-out, in meer of mindere mate. Je maakt fouten die je achteraf niet begrijpt. Faalangst bij kinderen ontstaat vaak hier.
Aanpak: doe faalangst-oefeningen ( zie LEFGASTEN : www.piacrul.nl ).

C. Belangstelling. Dit is een gegeven en je kunt het maar tot op zekere hoogte beïnvloeden dus verbeteren. Als iets je raakt ( je vindt het leuk of interessant) is je concentratievermogen een stuk beter. Wees je hier bewust van. Als je de keuze hebt uit bepaalde leerstof, kies dan wat je leuk vindt. Mensen met een ruime belangstelling zullen daarom ook minder last hebben van concentratieproblemen.

D. Doorzettingsvermogen. Dit is een eigenschap die je kunt oefenen. We noemen het ook wel zelfdiscipline. Het heeft te maken met verantwoordelijkheid nemen. Voor wie leer je eigenlijk? Wat levert het je op? Iedereen moet hierin zijn eigen manier kiezen , maar het begint met bewustwording. Doorzetten in sport kent iedereen, maar je kunt het ook oefenen in leergedrag, door steeds je grenzen een stukje te verleggen. Wat je feitelijk oefent is je concentratievermogen.

E. AD(H)D. Als alle andere boven genoemde punten niets opleveren en je worstelt al jaren met concentratieproblemen , is het een idee om je eens te verdiepen in de mogelijkheid van AD(H)D. Informatie hierover is volop te vinden op internet of bij je huisarts.

Tot slot:

Zoek uit waar voor jou de mogelijke oorzaak ligt van je concentratieprobleem. Op deze manier kun je het aanpakken en verbeteren. Werken aan je concentratieproblemen is een keuze. Verbetering kan bepalend zijn voor de rest van je leven!

Succes ermee!

Pia Crul

 Terug